Pater Moeskroen - De Fabel van de Sprinkhaan Er liep een sprinkhaan rond te springen, kwam zo in een kippenhok Daar hoorde hij de kippen zingen van tok tok tok Maar één zo'n kip dat was een haan, die had zo'n mooie stem Dat sprak die sprinkhaan erg aan, 't was typisch iets voor hem Kukeleku-uu kukeleku-uu Hoe moet dat nu? Dat vraag ik u Een sprinkhaan die zegt nooit kukeleku Die sprinkhaan werd zo opgewonden van dat schitterend geluid Nu heb ik het toch echt gevonden! riep ie vrolijk uit Ik wil geen sprinkhaan heten, "haan" alleen is goed Ik wil nog enkel weten hoe dat je kraaien moet Ik zou zo graag 's leren kraaien en die haan weet hoe Het lijkt me niet zo'n hele kwaaie, kom ik ga er 's naar toe Toen zat daar plotseling een spin die zei: Ik zou het niet doen Die haan die slikt je zomaar in, zo'n dier heeft geen fatsoen Die sprinkhaan was geschrokken, oh dat verhaal viel slecht Zou die spin nu jokken of lust zo'n haan je echt? En nog in levende lijve hopte hij weer uit de kooi Ik zal toch maar een sprinkhaan blijven, het leven is te Mooi Kukeleku-uu kukeleku-uu Hoe moet dat nu? Dat vraag ik u Een sprinkhaan die wil nooit op het menu!