Pater Moeskroen - De vogel en de walvis We haalden een fles voor de zeeman En we hoorden zijn lied, een verhaal Vol van Liefde en leed ’t Ging over een vogel, zo klein, Verliefd op een walvis, hoe wreed Kan het leven zijn Ze zei: “Nooit zul jij hier met mij vliegen” En hij zuchtte: “Jij kunt nooit wonen in mijn oceaan Maar de Lucht spiegelt in ‘t oppervlak En ik zie een vis in de maan Rust uit op die drijvende tak, hier dicht tegen mij aan En drijf maar mee Huil maar niet mijn lief” De vogel vroeg: “Zul je wel wachten? Als ik eerder sterf, dan val ik vanzelf in jouw zee Dan zijn we voorgoed met z’n twee Tot dan leven wij nog apart” En de walvis zei zachtjes: “Oké... Maar je woont al in mijn hart”